Bericht is verder aangevuld op 17/06/2019

Dit jaar zijn al 100.000-en Chinese wolhandkrabben gevangen in Kleine Nete in Grobbendonk en Westerlo. In de strijd tegen de Chinese wolhandkrab had de VMM met de universiteit Antwerpen in 2017 een nieuwe val ontwikkeld. Het systeem, waarbij de krabben door een gleuf in een metalen kist vallen, is met succes aan de vistrap in Grobbendonk geïnstalleerd.

 

Nieuwe val voor de Chinese wolhandkrab
De cijfers zeggen alles. Medewerkers van de VMM (Vlaamse Milieumaatschappij) schepten sinds het begin van dit jaar al ruim 220.000 krabben uit de val die vorig jaar is geïnstalleerd op de Kleine Nete,  bij de watermolen in Grobbendonk. “Het gaat om een soort brievenbus die op de bodem van de rivier is geplaatst”, legt Marc Florus van VMM uit. “De krabben kruipen over de bodem van de Kleine Nete en vallen in de gleuf. Dan is er geen weg terug, ze kunnen alleen nog naar de verzamelbakken op de oever. Daar worden ze verdoofd met kruidnagelolie en weggebracht voor vernietiging.”

De Chinese wolhandkrab is een invasieve krabbensoort uit Azië die sinds 1920 in de brakke en zoete waterlopen in Vlaanderen opduikt. De zoetwaterkrab heeft bij ons geen natuurlijke vijanden, waardoor de populatie ondertussen al zo groot is geworden, dat ze problemen veroorzaken in het aquatische ecosysteem.

Het zijn omnivoren en eten alles op wat ze op hun weg tegenkomen: bladafval, planten, dode vissen… Ze graven holen in de oevers en woelen in de rivierbodem, waardoor deze vatbaarder worden voor erosie. Dit kan een negatief effect hebben op de waterkwaliteit en ecologische toestand van onze rivieren.

Nieuwe val is efficiënt
Het is een metalen kist die eruit wat ziet als een brievenbus. Deze kist moet op de rivierbodem geplaatst worden, met de gleuf van de ‘brievenbus’ naar boven gericht. Rondom de kist komt er een helling vanaf de rivierbodem tot aan de gleuf.

De krabben zwemmen niet, maar kruipen over de bodem. Wanneer ze naar de monding van de waterlopen migreren om te paren, kunnen ze niet voorbij aan de brede ‘brievenbus’ en zullen ze via de gleuf in de bak vallen. Omdat ze niet kunnen zwemmen, kunnen ze er ook niet meer uit. De kist zal van de ene oever tot de andere oever reiken, waardoor ze er ook niet naast kunnen glippen.

De krabben zijn echter met duizenden en de ‘brievenbus’ gaat gauw vol zitten. Om dit te vermijden zal aan de zijkant van de kist een buis gemonteerd worden. De buis is binnenin bekleed met een ijzeren net voor een optimale grip.
Op zoek naar een uitweg zullen de krabben langs de buis naar boven kruipen. De buis zal naar de oever oplopen en daar uitmonden in een grote vergaarbak. Eens deze bak vol zit, hoeven de medewerkers van de VMM deze enkel leeg te scheppen en de krabben af te voeren. (vmm) Foto's archief Nnieuws/Guy Verellen.

17/06/2019: Nieuw en aansluitend bericht

De Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) heeft sinds begin dit jaar liefst 715.000 Chinese wolhandkrabben gevangen in de speciale val die ze voor de beestjes heeft opgezet in Grobbendonk. Er komt nu zeker nog een val bij voor de exotische krabben, die volledige rivierbodems leegvreten. (Zie eerder bericht).
En wat doe je met 715.000 krabbenkarkassen? Vermalen, visvoer van maken of verkopen aan de Chinezen.

In het Graaf Visartpark in Brugge liep er zaterdagmiddag eentje doodgemoedereerd over een paadje. Een Chinese wolhandkrab. Gevaarlijk is zo’n beest niet, al ziet hij er bepaald indrukwekkend uit als hij zijn scharen omhoog zet om zich te verdedigen. Maar krabben? In Brugge?

“De Chinese wolhandkrab zit intussen overal, in alle waterlopen in Vlaanderen, dus ook in de Brugse Reien”, zegt Katrien Smet van de VMM. “Het is een invasieve exoot die hier ooit aangekomen is met het ballastwater van schepen uit China. Ze hebben geen natuurlijke vijanden, dus hun aantal neemt fors toe. En ze zijn zeer schadelijk voor onze waterlopen.”

Want zo’n krab knipt en vreet alles kaal op zijn wandeltochten over de bodem: planten, bladeren, dode vissen, noem maar op. De VMM, dat de onbevaarbare waterlopen beheert in Vlaanderen, bouwde daarom een val op de Kleine Nete in Grobbendonk. “Daar zijn sinds begin dit jaar 715.000 krabben in gelopen”, zegt Smet. “Dat is dubbel zo veel als het jaar voordien.”

715.000: het is een bijna niet te vatten cijfer. “Vooral als je weet dat we nog maar één zo’n val hebben”, zegt Smet. “Er moeten er dus miljoenen zitten in heel Vlaanderen.”

Brede brievenbus
De val is eigenlijk een soort brede brievenbus die met de gleuf naar boven over de volledige breedte op de bodem van de rivier ligt. De krab valt erin en kan er niet langs dezelfde manier weer uit. Dus zoekt hij een uitweg, en dat zijn buizen die naar een grote bak aan de rand van de rivier leiden.

“We laten ons personeel die bakken legen. Dat zijn mensen die anders ratten bestrijden”, zegt Smet. En dan? “Kruidnagelolie erover om ze te verdoven en dan worden ze verhakseld”, zegt Smet. “Maar omdat we steeds meer krabben vangen, lopen die verwerkingskosten stilaan op, samen met de personeelskosten. Toch is de bestrijding nodig, want de schade is anders te groot. We bouwen nog een tweede val, op de Kalkenvaart in Wichelen.”

Lekkernij in China
Dus is de VMM voorzichtig aan het bekijken of er andere mogelijkheden zijn voor de krabbenvangst. “Kunnen we er nog iets nuttigs mee doen? Misschien is er visvoer van te maken”, zegt Smet. “Er is ook iemand die ons gecontacteerd heeft en die zei dat hij de vangst wil commercialiseren. In het Verre Oosten zijn die beestjes een delicatesse. Wij gaan dat zelf alleszins niet doen: wij moeten gewoon de rivieren beheren.”

In Nederland zijn er al pogingen geweest om een export van Chinese wolhandkrabben op te zetten. Het is lang niet zeker of het hier ook kan: er zitten zware metalen in de bodem van onze rivieren, dus het is onduidelijk of je daar wel zomaar van kan eten. Dat er interesse is van lekkerbekken, is wel duidelijk. “Het slot op de krabbenbak is al eens geforceerd”, zegt Smet. “Iemand wou ervandoor gaan met onze vangst.”